Vragen en antwoorden over het spoorviaduct Heumensebaan
Hier vindt u de antwoorden op de meest gestelde vragen
Sinds de opening van het nieuwe spoorviaduct in de Heumensebaan in Molenhoek ontvangen we vragen en meldingen. Deze gaan ondermeer over de smalle doorgang voor voertuigen, de radkeerders (stootrand) op de rijbaan, de bebording en het zicht rond het viaduct. We begrijpen dat de nieuwe situatie vragen oproept. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen.
Waarom is het viaduct vervangen?
Het oude viaduct moest worden vervangen om ruimte te maken voor de bovenleiding van de Maaslijn. De Maaslijn wordt elektrisch.
Verbeteren
De vervanging bood ook de mogelijkheid om de situatie voor fietsers en voetgangers te verbeteren. Daarom bestaat het nieuwe viaduct uit twee delen. Eén deel is voor gemotoriseerd verkeer. Het andere deel is voor fietsers en voetgangers.
Wie is waarvoor verantwoordelijk?
ProRail is verantwoordelijk voor de constructie van het spoorviaduct. De gemeente is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de verkeerssituatie op en rond het viaduct. Denk daarbij aan de verkeersborden, de voorrang, de markering en het zicht.
Samenwerking
ProRail, hun aannemer Swietelsky en de gemeente hebben bij de vervanging van het viaduct samengewerkt. Swietelsky heeft de werkzaamheden uitgevoerd.
Waarom hebben fietsers en voetgangers een eigen brugdeel?
In de oude situatie maakten auto’s, fietsers en voetgangers gebruik van dezelfde smalle doorgang. Dat leidde regelmatig tot lastige en soms onveilige situaties. Fietsers en voetgangers hadden weinig tot geen ruimte als er ook een auto over het viaduct reed.
Eigen plek
Op het nieuwe viaduct hebben fietsers en voetgangers een eigen plek. Zo zijn zij gescheiden van het gemotoriseerde verkeer.
Waarom is het deel voor fietsers en voetgangers zo breed?
Dit deel van het viaduct wordt gebruikt door fietsers en voetgangers, die elkaar in beide richtingen veilig moeten kunnen passeren. Daarvoor is voldoende ruimte nodig. Daarnaast is deze strook ook bedoeld voor hulpdiensten, zodat zij bij een incident altijd voldoende ruimte hebben om de overzijde van het spoor te bereiken. Het is dus niet alleen een fietspad in één richting. Gelukkig zien we dat het langzame verkeer veel en ontspannen gebruikmaakt van de nieuwe situatie.
Waarom is het gedeelte voor auto’s niet breder geworden?
Het uitgangspunt was dat de functie van de weg (de Heumensebaan) niet zou veranderen. De bestaande breedte- en gewichtsbeperking van het viaduct zijn daarom gehandhaafd.
Geen bewegwijzerde doorgaande route
De Heumensebaan is geen bewegwijzerde doorgaande route van en naar Groesbeek. Die route loopt via Mook, de Groesbeekseweg. Het is niet de bedoeling om van de Heumensebaan een bredere en snellere verkeersroute te maken. Dat kan extra doorgaand verkeer en vrachtverkeer door Molenhoek aantrekken.
Ruimte
De omgeving van het viaduct biedt daar bovendien weinig ruimte voor. Op dit punt komen verschillende wegen en fietsroutes samen.
Informatiebijeenkomsten
Tijdens informatiebijeenkomsten hebben omwonenden en andere betrokkenen nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een veilige en ruime voorziening voor fietsers en voetgangers en voor het niet aanpassen van de breedte/functie van de weg. Met het ontwerp is daarbij aangesloten.
Hoe breed is de doorgang?
Op de route geldt een maximale voertuigbreedte van 2,10 meter. Deze breedtebeperking gold ook vóór de vervanging van het viaduct. De ruimte tussen de radkeerders is 2,15 meter en biedt voldoende ruimte voor de toegestane voertuigen.
Waarom lijkt de nieuwe doorgang smaller dan de oude?
Ook bij het oude viaduct gold een maximale voertuigbreedte van 2,10 meter. Naast de oude rijbaan lagen verhoogde randen. In de praktijk reden te brede voertuigen vaak gedeeltelijk over deze randen.
Duidelijke begrenzing
Bij het nieuwe viaduct wordt de rijruimte duidelijker begrensd door de radkeerders. Daardoor kan de doorgang smaller aanvoelen, terwijl de maximale toegestane voertuigbreedte niet is veranderd.
Wat is de functie van de radkeerders (stootranden)?
De radkeerders vormen de fysieke grens van de rijbaan. Ze geleiden het verkeer door de doorgang en beschermen de zijkanten van het viaduct.
Waarom is gekozen voor radkeerders en niet voor de vroegere ‘stoep’?
Dit is een technische keuze in het ontwerp van het viaduct. De radkeerders voorkomen dat automobilisten tegen de wanden rijden. Dat kan gevaarlijk zijn, omdat de wanden onderdeel zijn van de constructie van het viaduct. Een aanrijding kan de constructie beschadigen.
Is de brug expres smal gemaakt om automobilisten te ontmoedigen?
Nee, de doorgang heeft dezelfde breedte als voorheen. De doorgang is niet bedoeld om automobilisten te hinderen. Voertuigen die binnen de geldende breedte- en gewichtsbeperking vallen, mogen en kunnen van de route gebruikmaken.
Welke breedte- en gewichtsbeperkingen gelden?
De maximale toegestane voertuigbreedte is 2,10 meter. Ook geldt een beperking voor het gewicht van voertuigen van 2,7 ton per as. Voertuigen die breder of zwaarder zijn, moeten een andere route kiezen.
Staan er voldoende verkeersborden?
Op verschillende plaatsen staan borden die tijdig de maximale breedte van 2,10 meter aangeven. Vanuit Groesbeek staan twee borden. Ook op de Rijksweg vóór de afslag richting Molenhoek en vlak voor het viaduct staan borden.
Mogen caravans, campers en brede bestelwagens over het viaduct?
Dat mag alleen als het voertuig binnen de geldende breedte- en gewichtsbeperking valt. Voertuigen die breder zijn dan 2,10 meter mogen niet over het viaduct rijden. Zij moeten een andere route kiezen.
Extra waarschuwingsborden
Naar aanleiding van de recente incidenten heeft de gemeente tijdelijk extra waarschuwingsborden geplaatst. Deze waarschuwen bestuurders van caravans, campers en andere brede voertuigen dat zij mogelijk niet over het viaduct kunnen. Het blijft de verantwoordelijkheid van de bestuurder om te weten hoe breed het voertuig of de aanhanger is en of deze binnen de toegestane breedte past.
Geven de incidenten met de caravans aanleiding om de situatie opnieuw te bekijken?
Ja. De incidenten met de caravans en de andere meldingen zijn aanleiding om de situatie opnieuw te bekijken, samen met alle betrokken partners. Dat betekent niet automatisch dat het viaduct wordt aangepast. Eerst moet duidelijk zijn wat er precies is gebeurd en welke verbeteringen mogelijk en nodig zijn.
Is het toegestaan om met gemotoriseerde voertuigen over het fietsgedeelte te rijden?
De fietsbrug is niet ontworpen voor autoverkeer. Als auto's er toch overheen rijden, kan de brug sneller slijten en beschadigen. Dat heeft gevolgen voor de levensduur, de garantie en de veiligheid van de brug. Bovendien bestaat het risico dat ook vrachtwagens van de fietsbrug gebruik gaan maken. Dat kan leiden tot ernstige schade aan de brug.
Hoe is het zicht rond het viaduct?
Rond het viaduct komen verschillende verkeersstromen samen. Het gaat om verkeer op de Heumensebaan en de Lindenlaan, fietsers van en naar het Hoge Vlakpad en verkeer van en naar ’t Jachtslot.
Zicht niet optimaal
Door hoogteverschillen, bochten, aansluitingen en begroeiing is het zicht niet overal optimaal. Ook is de beschikbare ruimte beperkt. Daarom is het belangrijk dat weggebruikers rustig rijden en goed opletten.
Aandachtspunt
Vooral het zicht vanuit de Lindenlaan richting Groesbeek is een aandachtspunt. De gemeente bekijkt of het zicht en de duidelijkheid kunnen worden verbeterd.
Wat moeten automobilisten doen als er een tegenligger aankomt?
De doorgang is bedoeld voor verkeer in één richting tegelijk. Bestuurders moeten rustig naderen, goed vooruitkijken en elkaar de ruimte geven.
Hebben verkeerskundigen en hulpdiensten naar het ontwerp gekeken?
Ja. De gemeente is betrokken geweest bij het ontwerp. Ook verkeerskundigen en hulpdiensten hebben naar de inrichting gekeken. De hulpdiensten zijn daarnaast geïnformeerd over de nieuwe situatie. De hulpdiensten maken in de nieuwe situatie gebruik van het fietspad. Inmiddels heeft de brandweer al een testrit gemaakt en dit is goed gegaan.
Ervaringen na de opening
De ervaringen na de opening zijn ook belangrijk. Daarom blijven we de situatie ook na de zomer in de gaten houden.